•
straatnamengids.
Tot
1990
bestond
internet
alleen
in
een
experimentele
fase.
Vanaf
ongeveer
1993
begon
een
wereldwijde
uitrol.
Het
is
bijna
niet
voor
te
stellen,
maar
navigatie
gebeurde
voor
de
komst
van
Google
maps
en
GPS,
met
behulp
van
landkaarten.
Een
handig
hulpmiddel
was
verder
de
stratengids.
Hierin
stonden
plattegronden
van
steden
tot
op
straatniveau,
waardoor
je
een
straat
in
een
bepaalde
stad
kon
vinden.
Ontsluiting
vond
plaats
met
behulp
van
een
register,
waarin
alfabetisch
alle
(straat)namen
waren
gerangschikt.
Je
moest
daarna
natuurlijk
wel
in
het
echt
de
weg vinden. Kaartlezen en navigeren was dus best wel een ding.
•
energie
Toen
mijn
ouders
verhuisden
naar
de
boerderij
in
Zaandam,
ergens
tussen
1946
en
1950,
was
daar
nog
geen
elektriciteit.
Wel
was
er
gas,
dat
gebruikt
werd
voor
een
gaspit om op te koken en een paar gaslampen voor de verlichting.
Later
werd
er
in
een
losstaande
(aardappel-)schuur
elektriciteit
aangelegd
om
de
zaak
beter
en
veiliger
te
kunnen
verlichten.
De
elektriciteit
werd
via
een
kabel
door
getrokken
naar
het
huis.
Die
kabel
hing
op
een
hoogte
van
ongeveer
drie
meter
aan
een
staaldraad.
Tot
op
de
dag
dat
we
verhuisden,
in
1967,
was
dat
de
bron
van
elektriciteit voor de hele boerderij; en dat ging wel eens mis, zeker als het stormde.
Het
gas
dat
beschikbaar
was
werd
opgewekt
in
een
gasfabriek
(de
naam
zegt
het
al)
die
werd
gestookt
op
kolen.
Het
geproduceerde
gas
werd
opgeslagen
in
een
zogenoemde
gashouder;
een
enorme
silo
die
door
z’n
gewicht
ook
weer
zorgde
voor
gasdruk
op
de
leidingen
naar
de
huizen.
Bijzonder
was
dat
die
silo
in
een
kooi
was
gemonteerd
en
op
een
neer
kon
bewegen
doordat
de
silo
dreef
in
water.
Dit
water
zorgde tegelijkertijd voor de afsluiting van de silo. Ingenieus toch?
Vrijwel
alle
gashouders
zijn
gesloopt
met
de
komst
van
het
aardgas
dat
in
Groningen
werd
ontdekt.
Een
enkel
exemplaar
heeft
het
overleefd,
zoals
de
gashouder
van
de
Wester gasfabriek in Amsterdam die is omgetoverd tot een theater. >>>>>>>>>
mouse over voor vergroting