Wist je dat?
De oorsprong van museum NEMO
Aantal kamerzetels
NEMO is een opmerkelijk museum in Amsterdam. Alleen al de architectuur, in de vorm van een groot schip op het IJ is bijzonder. De collectie is echter niet minder bijzonder. Doel is vooral wetenschap en techniek bereikbaar te maken voor iedereen (en wellicht vooral voor de jeugd). Credo van het museum is dan ook: “verboden om dingen niet aan te raken”. NEMO is de opvolger van het NINT (Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie). Dat was gevestigd in de Tolstraat in Amsterdam. We zijn er vele jaren geleden met de kinderen geweest, en toen was het al een ontdekking. Het latere NEMO is natuurlijk meer geavanceerd, maar ook wel een beetje een pretpark. Maar goed. opmerkelijk is dat NINT weer is voortgekomen uit het “Museum van den arbeid”, hoek Rozengracht en Marnixstraat. Het is gesticht door de kunstschilder Herman Heijenbrock. Hij verzamelde vele voorwerpen en machines, die meestal waren afgedankt in het productieproces. Bijzonder is vooral dat W.F. Hermans dit museum beschrijft als één van zijn fascinaties die hij als kind had. Dit komt voor in het verhaal “de elektriseermachine van Wimshurst”. Hermans schrijft dat hij als jongen vrijwel elke zondagmiddag voor een dubbeltje het museum bezocht en zich vergaapte aan alle apparaten (vooral natuurlijk de elektriseermachine). Volgens het verhaal was hij op die zondagen steevast de enige bezoeker. Eerlijk gezegd heb ik ook wel een zwak voor de elektriseermachine. Geen idee waarom, maar het opwekken van hoogspanning met zeer eenvoudige middelen heeft iets magisch. Het apparaat staat dan ook op mijn lijstje om (op zich nutteloze) dingen aan te schaffen….
Laatst kwam ik in wikipedia tegen dat het huidige aantal kamerzetels (150 voor de Tweede Kamer en 75 voor de Eerste Kamer, pas in 1956 is vastgesteld. Voor die tijd waren het er respectievelijk 100 en 50. Door toegenomen werkdruk, als gevolg van het toenemen van het aantal beleidsportefeuilles, was deze uitbreiding nodig. Een belangrijke veroorzaker hiervan was het toenemende belang van de EEG.
Wist je dat?
De oorsprong van museum NEMO
Aantal kamerzetels
NEMO is een opmerkelijk museum in Amsterdam. Alleen al de architectuur, in de vorm van een groot schip op het IJ is bijzonder. De collectie is echter niet minder bijzonder. Doel is vooral wetenschap en techniek bereikbaar te maken voor iedereen (en wellicht vooral voor de jeugd). Credo van het museum is dan ook: “verboden om dingen niet aan te raken”. NEMO is de opvolger van het NINT (Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie). Dat was gevestigd in de Tolstraat in Amsterdam. We zijn er vele jaren geleden met de kinderen geweest, en toen was het al een ontdekking. Het latere NEMO is natuurlijk meer geavanceerd, maar ook wel een beetje een pretpark. Maar goed. opmerkelijk is dat NINT weer is voortgekomen uit het “Museum van den arbeid”, hoek Rozengracht en Marnixstraat. Het is gesticht door de kunstschilder Herman Heijenbrock. Hij verzamelde vele voorwerpen en machines, die meestal waren afgedankt in het productieproces. Bijzonder is vooral dat W.F. Hermans dit museum beschrijft als één van zijn fascinaties die hij als kind had. Dit komt voor in het verhaal “de elektriseermachine van Wimshurst”. Hermans schrijft dat hij als jongen vrijwel elke zondagmiddag voor een dubbeltje het museum bezocht en zich vergaapte aan alle apparaten (vooral natuurlijk de elektriseermachine). Volgens het verhaal was hij op die zondagen steevast de enige bezoeker. Eerlijk gezegd heb ik ook wel een zwak voor de elektriseermachine. Geen idee waarom, maar het opwekken van hoogspanning met zeer eenvoudige middelen heeft iets magisch. Het apparaat staat dan ook op mijn lijstje om (op zich nutteloze) dingen aan te schaffen….
Laatst kwam ik in wikipedia tegen dat het huidige aantal kamerzetels (150 voor de Tweede Kamer en 75 voor de Eerste Kamer, pas in 1956 is vastgesteld. Voor die tijd waren het er respectievelijk 100 en 50. Door toegenomen werkdruk, als gevolg van het toenemen van het aantal beleidsportefeuilles, was deze uitbreiding nodig. Een belangrijke veroorzaker hiervan was het toenemende belang van de EEG.