Aftakeling van de taal?
Het
valt
me
de
laatste
tijd
(en
dat
is
nu
juni
2017)
op
dat
ik
in
de
spreektaal
vaak
een
logische
zinsconstructie
omdraai.
Het
gaat
er
dan
meestal
om
dat
een
toevoeging
of
een
verbijzondering
in
de
zin
pas
aan
het
eind
wordt
gezet.
Om
het
iets
te
verduidelijken
een
voorbeeld.
Eigenlijk
is
dat
ook
al
een
omdraaiing;
het
is
veel
logischer
om
te
zeggen:
“Een
voorbeeld
om
dit
te
verduidelijken”.
Maar
goed.
Een
ander
voorbeeld:
“Dat
is
wat
ik
denk,
ook”,
of
“dat
moet
ik
ook
nog
doen,
straks”.
Het
lijkt
er
op
alsof
een
verbijzondering
of
een
toevoeging,
pas
later
naar
boven
komt
en
dan
alsnog
wordt
uitgesproken.
Een
soort
asynchrone uitwerking dus.
Dit
wijst
in
de
richting
van
een
leeftijdseffect.
De
moeite
waard
dus
om
ook
bij
anderen
eens
het
oor
te
luisteren
te
leggen
(een
prachtige
uitdrukking
trouwens,
vooral
als
dit
letterlijk
neemt en je het visualiseert).
Misschien
is
het
gerelateerd
aan
het
fenomeen
dat
bij
het
maken
van
een
tekst
via
een
keyboard,
heel
vaak
een
omdraaiing
van
letters
plaatsvindt.
Dit
komt
zeer
regelmatig
voor
bij
mensen,
zoals
ik,
die
met
slechts
twee
vingers
tikken.
Het
schijnt
dat
de
linker
en
rechter
hand
verschillende
reactietijden
hebben
op
de
hersenen.
Terwijl
ik
dus
denk
dat
ik
“dier”
intik
zorgt
het
verschil
in
reactietijd
er
voor
dat
er
uiteindelijk
bijvoorbeeld
“deir”
op
het
scherm
verschijnt.
Dit
blijkt
een
wijd
verbreid
fenomeen
te
zijn
dat
na
het
50ste
levensjaar
optreedt.
En
dan
heb
ik
het
nog
maar
niet
over
het
verschijnsel
dat
ik
tegenwoordig
bosjes
fouten
maak
als
gevolg
van
het
feit
dat
ik
twee
toetsen
tegelijk
aanraak.
Dit
is
echter
gewoon
een
gevolg
van
het
verminderen
van
de
fijne
motoriek
(denk
ik).
In
ieder
geval
ben
ik
heel
blij
met
de
spellingschecker die een groot deel van dit soort blunders signaleert.