Taalvondigheden
Battus
Battus is één van de vele synoniemen van Hugo Brandt Corstius. Ik ben hem vooral gaan kennen onder de naam Piet Grijs, die hij gebruikte voor zijn wekelijkse column in Vrij Nederland. Wat opviel was vooral de speelse manier waarop hij met taal om gaat. Later bleek dat wel te kloppen omdat hij een neerlandicus was die duidelijk plezier in zijn werk had. Hierbij speelt ook mee dat hij lichtelijk of misschien is het beter te zeggen; prettig gestoord was. Zijn opus magnum is ongetwijfeld het zeer lijvige boek “Opperlanse taal” waarin talloze varianten van het beschouwen van taal zijn samengebracht. Dat varieert van ingewikkelde en voor de leek niet altijd zinvol lijkende selecties van woorden met bepaalde kenmerken tot schitterende constateringen over dubbele betekenissen of herkomst van woorden. Een paar voorbeelden uit die laatste categorie geven misschien een idee wat je kunt verwachten van dit boek. (Overigens is ook vermeldenswaard dat hij geen gebruik maakt van paginanummers, maar van letteraanduidingen (gelukkig wel alfabetich gerangschikt) om onderwerpen terug te vinden.) Enkele contabinatiewoorden (onlangs in de serie Draadstaal weer nieuw leven in geblazen): - angstvuldig; - goegemenigte; - neertroostig; - rascisme. Enkele gespreekwoordzegdes: - het gelach betalen; - een druppel in een bodemloos vat; - ik ruik nattigheid; - spijkers zoeken om een hond te slaan. En mooie palindromen (of keerwoorden), zoals: - parterretrap; - edelstaalplaatslede.
Taalvondigheden
Battus
Battus is één van de vele synoniemen van Hugo Brandt Corstius. Ik ben hem vooral gaan kennen onder de naam Piet Grijs, die hij gebruikte voor zijn wekelijkse column in Vrij Nederland. Wat opviel was vooral de speelse manier waarop hij met taal om gaat. Later bleek dat wel te kloppen omdat hij een neerlandicus was die duidelijk plezier in zijn werk had. Hierbij speelt ook mee dat hij lichtelijk of misschien is het beter te zeggen; prettig gestoord was. Zijn opus magnum is ongetwijfeld het zeer lijvige boek “Opperlanse taal” waarin talloze varianten van het beschouwen van taal zijn samengebracht. Dat varieert van ingewikkelde en voor de leek niet altijd zinvol lijkende selecties van woorden met bepaalde kenmerken tot schitterende constateringen over dubbele betekenissen of herkomst van woorden. Een paar voorbeelden uit die laatste categorie geven misschien een idee wat je kunt verwachten van dit boek. (Overigens is ook vermeldenswaard dat hij geen gebruik maakt van paginanummers, maar van letteraanduidingen (gelukkig wel alfabetich gerangschikt) om onderwerpen terug te vinden.) Enkele contabinatiewoorden (onlangs in de serie Draadstaal weer nieuw leven in geblazen): - angstvuldig; - goegemenigte; - neertroostig; - rascisme. Enkele gespreekwoordzegdes: - het gelach betalen; - een druppel in een bodemloos vat; - ik ruik nattigheid; - spijkers zoeken om een hond te slaan. En mooie palindromen (of keerwoorden), zoals: - parterretrap; - edelstaalplaatslede.