Taalvondigheid uit de praktijk
Creativiteit
met
taal
is
niet
voorbehouden
aan
professionals.
Mijn
vader
bijvoorbeeld
was
er
een
meester
in
om
begrippen
op
zijn
eigen
wijze
te
benoemen
en
te
verbasteren.
De
achtergrond
hiervan
was
waarschijnlijk
dat
hij
een
bepaald
begrip
ergens
opving,
het
daarna
niet helemaal letterlijk kon reproduceren en er vervolgens zijn eigen duiding aan gaf.
Maar
zo
waren
er
meer
voorbeelden.
Omdat
ik
het
als
kind
al
hoorde
kwam
ik
er
in
een
aantal
gevallen later pas achter dat hier sprake was van eigen taalgebruik.
Wat
te
denken
van
de
situatie
dat
we
na
het
maaien
van
graszaad
een
lange
periode
van
regen
en
nattigheid
kregen.
Het
gras
lag
op
het
land
in
een
zwad
(rij)
om
te
drogen,
maar
door
het
vocht
lukte
dat
uiteraard
niet.
Het
begon
langzaam
weg
te
rotten.
Mijn
vader
zei
dan
ook
dat
het
allemaal
mist
was.
Hij
bedoelde
uiteraard
“mest”,
maar
ik
heel
lang
een
associatie
van
verrotting gehad bij mistig weer.
Ketchup
Een
hele
leuke
is
ook
zoals
Collin
als
peuter
meezong
met
Wings.
In
het
nummer
“Monkberry
moon
delight”
werd
de
regel
”Catch
up,
superfury”
veranderd
tot
“Ketchup,
soep
en
puré”.
Prachtig toch?
>>>>>>>>>>>>>>>>
Een
klassieke
voor
mij
is
dat
ergens
in
de
jaren
zestig
een
landbouwwerktuig
werd
ingezet,
als
verfijner
van
de
eg,
die
cultivator
werd
genoemd.
We
kregen
ook
zo’n
apparaat.
Het
leek
veel
op
bijgaand
plaatje,
en
was
net
zo
knalrood.
Cultivator
was
een
begrip
dat
weinig
bekend
was.
Mijn
vader
maakte
daar
gemakshalve
“cullivater”
van,
wat
inderdaad
veel
makkelijker
in
het
gehoor
ligt.
Vervolgens
werd
het
werken
met
het
apparaat
omschreven
als
“cullivatorren”,
en
dat
hebben
we jarenlang gedaan.