Grootvader vertelt
>>>>>>>> leveranciers Midden twintigste eeuw was het de gewoonste zaak van de wereld dat er voor bijna alle benodigdheden een leverancier aan de deur kwam, een ‘venter’ zoals je wil. De bakker kwam langs, de melkboer, de groenteman, de kruidenier, maar ook mensen de stoffen en ‘garen en band’ verkochten kwamen langs. en dan heb ik het nog niet eens over de voddenboer en de schillenboer waar je respectievelijk je afgedankte spullen en je groenafval aan kwijt kon. verzorging Ook op dit gebied was het leven heel anders dan nu (2020). Er was bij ons thuis geen douche, nee er was zelfs nog geen warmwatergeiser aanwezig. Dat betekende dat je ‘s-morgens met koud water je gezicht waste. Eens in de week werd de wasteil gevuld waarin een paar ketels heet water werd gemengd met koud water, en dat was het recept voor de wekelijkse grote wasbeurt. Ik denk dat we een geiser kregen (een warmwaterapparaat op gas) toen ik een jaar op tien was. Daarna heeft mijn vader een douche geïmproviseerd door een Fordkist rechtop te zetten en een sproeier aan een slang op te hangen die werd verbonden met de geiser in de (geïmproviseerde) keuken. Iemand moest de geiser aanzetten en daarna weer uitzetten. omdat de “douche”een behoorlijk eind weg was van de geiser, gebruikten we daarvoor een grote ouderwetse deurbel met een klepel. Overigens, een Fordkist was een grote kist waarin auto-onderdelen voor de Ford fabriek in Amsterdam werden verscheept vanuit Engeland en Amerika. Het was niet rendabel de lege kisten weer terug te vervoeren en dus waren ze beschikbaar, vooral als brandhout voor de kachels. School Scholen waren vooral wijkscholen, eigenlijk net als nu, maar wel overal in openbare, katholieke en christelijke vorm. Het onderwijs was vooral recht toe recht aan, maar de leerkrachten waren zeer gemotiveerd. De lesvorm was wel standaard klassikaal in rechte rijen tafeltjes en stoelen. Verder was het voor ‘de gewone man’ standaard om na de lagere school (basisschool van zes klassen), een vak te leren op de Ambachtsschool voor jongens en het huishouden te leren op de Huishoudschool voor meisjes. >>>>>>>>>>>>>>>>
Grootvader vertelt
>>>>>>>> leveranciers Midden twintigste eeuw was het de gewoonste zaak van de wereld dat er voor bijna alle benodigdheden een leverancier aan de deur kwam, een ‘venter’ zoals je wil. De bakker kwam langs, de melkboer, de groenteman, de kruidenier, maar ook mensen de stoffen en ‘garen en band’ verkochten kwamen langs. en dan heb ik het nog niet eens over de voddenboer en de schillenboer waar je respectievelijk je afgedankte spullen en je groenafval aan kwijt kon. verzorging Ook op dit gebied was het leven heel anders dan nu (2020). Er was bij ons thuis geen douche, nee er was zelfs nog geen warmwatergeiser aanwezig. Dat betekende dat je ‘s-morgens met koud water je gezicht waste. Eens in de week werd de wasteil gevuld waarin een paar ketels heet water werd gemengd met koud water, en dat was het recept voor de wekelijkse grote wasbeurt. Ik denk dat we een geiser kregen (een warmwaterapparaat op gas) toen ik een jaar op tien was. Daarna heeft mijn vader een douche geïmproviseerd door een Fordkist rechtop te zetten en een sproeier aan een slang op te hangen die werd verbonden met de geiser in de (geïmproviseerde) keuken. Iemand moest de geiser aanzetten en daarna weer uitzetten. omdat de “douche”een behoorlijk eind weg was van de geiser, gebruikten we daarvoor een grote ouderwetse deurbel met een klepel. Overigens, een Fordkist was een grote kist waarin auto- onderdelen voor de Ford fabriek in Amsterdam werden verscheept vanuit Engeland en Amerika. Het was niet rendabel de lege kisten weer terug te vervoeren en dus waren ze beschikbaar, vooral als brandhout voor de kachels. School Scholen waren vooral wijkscholen, eigenlijk net als nu, maar wel overal in openbare, katholieke en christelijke vorm. Het onderwijs was vooral recht toe recht aan, maar de leerkrachten waren zeer gemotiveerd. De lesvorm was wel standaard klassikaal in rechte rijen tafeltjes en stoelen. Verder was het voor ‘de gewone man’ standaard om na de lagere school (basisschool van zes klassen), een vak te leren op de Ambachtsschool voor jongens en het huishouden te leren op de Huishoudschool voor meisjes. >>>>>>>>>>>>>>>>