Grootvader vertelt
>>>>>>>>>> > vakantie Vakantie was vooral vrij. De meeste mensen hadden één of twee weken vakantie per jaar, waarvoor ze spaarden met zogenoemde ‘vakantiezegels’. Die werden verstrekt door de werkgever en konden worden ingewisseld voor geld zodat men een paar dagen zonder loon kon. Natuurlijk hadden de werkgevers wel bedacht om de waarde van die zegels alvast van het loon in te houden. Als kind weet ik nog dat we standaard een weekje naar camping Bakkum gingen in Wijk aan Zee. Dat kon omdat een buurman een tenthuisje had dat hij in Bakkum opzette en dat ‘s-winters bij ons op de zolder van de boerderij werd opgeslagen. Als tegenprestatie mochten wij dan een weekje in het huisje. sport Sport was eigenlijk synoniem aan voetbal. We woonden praktisch naast het stadion van de Zaandamse Footbal Club (ZFC). Mijn vader had daar gespeeld, mijn broer speelde daar en ik ook dus. Ook hier was weer een mooi systeem van betaling. elke week kwam er een ‘loper’ langs die verkocht zegeltjes die je op een kaart moest plakken en daarmee werd het lidmaatschap van de club betaald. Thuiswedstrijden speelden we dus naast het stadion, uitwedstrijden bezochten we door in colonne naar de uitclub te fietsen. verkeer Het verkeer was aangenaam rustig. Er waren weinig auto’s, zeker in de wijk waar ik woonde. Dat maakte het mogelijk dat we de straat gebruikten als voetbalveld, met twee straatstenen om aan te geven waar het goal was. Tijdens de wedstrijd moesten we dan wel een paar keer het veld verlaten omdat er een auto of een vrachtwagen door moest. We hadden geen auto, maar op een gegeven moment konden mijn ouders twee bromfietsen aanschaffen, waarmee bijna standaard een ritje naar Purmerend werd gemaakt op zondag.
Grootvader vertelt
>>>>>>>>>> > vakantie Vakantie was vooral vrij. De meeste mensen hadden één of twee weken vakantie per jaar, waarvoor ze spaarden met zogenoemde ‘vakantiezegels’. Die werden verstrekt door de werkgever en konden worden ingewisseld voor geld zodat men een paar dagen zonder loon kon. Natuurlijk hadden de werkgevers wel bedacht om de waarde van die zegels alvast van het loon in te houden. Als kind weet ik nog dat we standaard een weekje naar camping Bakkum gingen in Wijk aan Zee. Dat kon omdat een buurman een tenthuisje had dat hij in Bakkum opzette en dat ‘s-winters bij ons op de zolder van de boerderij werd opgeslagen. Als tegenprestatie mochten wij dan een weekje in het huisje. sport Sport was eigenlijk synoniem aan voetbal. We woonden praktisch naast het stadion van de Zaandamse Footbal Club (ZFC). Mijn vader had daar gespeeld, mijn broer speelde daar en ik ook dus. Ook hier was weer een mooi systeem van betaling. elke week kwam er een ‘loper’ langs die verkocht zegeltjes die je op een kaart moest plakken en daarmee werd het lidmaatschap van de club betaald. Thuiswedstrijden speelden we dus naast het stadion, uitwedstrijden bezochten we door in colonne naar de uitclub te fietsen. verkeer Het verkeer was aangenaam rustig. Er waren weinig auto’s, zeker in de wijk waar ik woonde. Dat maakte het mogelijk dat we de straat gebruikten als voetbalveld, met twee straatstenen om aan te geven waar het goal was. Tijdens de wedstrijd moesten we dan wel een paar keer het veld verlaten omdat er een auto of een vrachtwagen door moest. We hadden geen auto, maar op een gegeven moment konden mijn ouders twee bromfietsen aanschaffen, waarmee bijna standaard een ritje naar Purmerend werd gemaakt op zondag.